Geschiedenis van wijn

Eerste tekenen

De oudste tekenen van wijnbouw  komen uit Iran en Irak. Bij opgravingen zijn er kruiken gevonden met sporen van opgedroogde wijn. Door handel vanuit deze landen met naburige landen als Libanon en Palestina kwam de wijn in Egypte terecht.  Hiervan zijn vele afbeeldingen en sporen van te vinden in de geschiedenis. Rond 2000 voor Christus kwam de wijnstok in Griekenland onder de zon tot zijn recht en hebben zij gezorgd voor verdere uitbreiding naar de Middellandse Zeegebieden zoals de Provence, de Languedoc, Noord-Afrika, Sicilië en en het Zuiden van Italië.

Romeinen

Onder de Romeinen ging de verspreiding verder en ontstond het centrum voor wijnhandel en wijnbouw. De Romeinen zorgden voor verdere verspreiding en stonden aan de wieg van de bekende wijngebieden, zoals de Bordeaux, Bourgogne, Champagne, Rijn en Moezel.

Christendom

Na vernietiging van veel wijngaarden door het instorten van het Romeinse rijk is het het Christendom dat zorgt voor een wederopstanding, omdat wijn binnen de Katholieke Kerk symbool stond voor het bloed van Christus.

Druivenluis

In de 18e en 19e eeuw neemt consumptie onder de gewone burger enorm toe, waarmee ook de kwaliteit van de geproduceerde wijn toeneemt. De fles en kurk worden geïntroduceerd. Echter is dit ook de periode waar de dodelijke druivenluis zijn intrede doet. Na enkele tientallen jaren werd de druivenluis echter verdreven door de Europese bovenstam te enten met de, voor de druivenluis immuun zijnde, Amerikaanse onderstam.

Uitbreiding wijngebieden

In de 20ste eeuw komen er naast de traditionele Europese wijngebieden (de oude wereld) er veel nieuwe wijnlanden bij zoals Chili, Australië, Zuid-Afrika en Argentinië.  Vanaf dat moment groeit de wijnwereld hard en is de kwaliteit en de manier van produceren erg verbeterd.


Wijnbouw

Wijngebieden

Geografisch is er maar een klein gedeelte van de wereld geschikt voor wijnbouw. Dit is het gedeelte waarin het klimaat voor de wijnstok het beste is;  niet te koude winters, zacht voorjaar met voldoende regen, warme zomer met af en toe een bui en een voldoende warme herfst.

Weersomstandigheden

Naast klimaat zijn weeromstandigheden ook belangrijk voor een goede oogst. Zaken als nachtvorst in het voorjaar, hagelbuien in de zomer kunnen de druiven laten opbarsten en rotten. Te koud en nat in de zomer kan er voor zorgen dat de bevruchting niet goed verloopt met als gevolg dat een deel van de tros hard en zuur blijft.

Bodem

Worstels van de wijnrank halen hun voedingstoffen uit de grond. Geschikte bodemsoorten zijn steenachtig, goed waterdoorlatend en vruchtbare grond. Op leisteen, kalksteen en grind groeit een wijnrank het best.

Druivenrassen

Elke druivenvarieteit heeft zijn eigen kleur, geur en smaak. Als de druif geteeld wordt op de juiste bodemsoort met een goeie ligging binnen een goed afgestemd klimaat dan wordt dat aangeduid met het Franse woord ‘terroir’. Nieuwe landen kweken met name aan de hand van moderne wijnbereidingsmethodes, waardoor men het allerbeste uit de druif haalt. Hierin is het ‘terroir’ altijd wat minder van belang geweest. Momenteel vindt daar toch een verschuiving in plaats naar het maken van mooie kwaliteitswijnen.

De druif

De druif bestaat uit een schil, steeltje, pulp (het vruchtvlees) en de pit. De schil is bedekt met gistcellen die een belangrijke rol spelen bij de gisting van alcohol. De binnenzijde van de druif bevat de kleur, smaak, geur en tannines. De kleurstoffen geven de kleur aan de wijn.  Het is belangrijk om bij het persen van de druiven de pit heel te houden, deze geven namelijk een onaangename bitter aan de wijn. Bijna alle druivenrassen stammen af uit de Vitis Vinera en bevatten uitstekende eigenschappen om succesvol verbouwd te worden.

Wijnbereiding

Tijdens de bloeiperiode ontwikkel de bloemen zich tot kleine trosjes. Na de ontwikkeling van deze trosjes tot de daadwerkelijke druiven begint de rijpingsperiode waarin de suikers worden gevormd en de druif zijn kleur krijgt.  Het proces dat de druif ondergaat tot wijn noemen we vinificatie. Afhankelijk van het wijntype en wijnsoort zijn daar verschillende methodes voor. Het belangrijkste verschil tussen vinificatie van witte en rode wijn is dat bij deze laatste de schillen meegeperst worden.


Wijn drinken

Wijn drink je het best uit helder en dun glas met een stevige voet. De onderkant moet breed zijn en geleidelijk naar boven taps toelopen.

Temperatuur

Belangrijk voor het proeven van wijn is de temperatuur. Rose, wit en mousserend drink je bij voorkeur tussen de 8 – 12 C. Jonge, fruitige en lichte rode wijnen tussen de 8-10 C en volle stevige, rijpe en oudere rode wijnen tussen de 13-15 C. Dessert en aperatief wijnen drink je tussen de 8 – 10 C.

Wanneer moet je een fles wijn openen?

Dit is afhankelijk van de wijn. De meeste wijnen schenk je vlak na het openen, maar vooral stroeve wijnen zijn gebaat met wat extra zuurstof. Dit kan je creeren door enkele uren voor het nuttigen de fles te openen en de wijn in een karaf te schenken. Bij hogere kwaliteitswijnen kun je gevormde bezinksel of depot scheiden door ze ze decanteren (overschenken in een karaf).

Kurk en schroefdoppen

Naast de kurk zie je tegenwoordig veel schroefdoppen. Voor wijnen die binnen enkele jaren gedronken worden is dit prima. Kurk kan een negatieve invloed hebben op de wijn, doordat er soms na het ontsmetten van de kurk schimmels in de luchtopeningen van de kurk achterblijven. De wijn heeft dan  ‘kurk’.


Wijn en spijs

De manier van bereiden van voedsel heeft invloed op de smaakcombinatie met wijn.

Braden 

Bereiden van grote stukken vlees, wild en gevogelte. Hierbij passen vaak fruitige tot volle rode wijnen en houtgerijpte witte wijnen. Gevolgelte kun je goed combineren met volle Chardonnay’s, fruitige droge rose’s en fruitige rode wijnen. Bij wild heb je bijvoorbeeld keuze uit Cabernet Savignon en Shiraz.

Stomen

Garen van voedsel door stoom. Bij gestoomde groente of Oosterse gerechten past vaak een lichte, droge, fruitige wijn met vriendelijke zuren.

Pocheren

Zachtjes garen in een vloeistof. De fijne en delicate gerichten kun je goed combineren met lichte witte, fruitige en zachte wijnen.

Koken

Nat bereidingsproces. Gekookt vlees past goed bij een stevige rode wijn.

Roerbakken

Snel en bij hoge temperatuur bereiden. Lichte, fruitige wijnen met frisse zuren passen hier goed bij.

Frituren

Van binnen gaar en van buiten krokant. Lichte fruitige wijn  is het best aan te raden bij deze gerechten.

Stoven

Garen en zachter maken door eeen nat bereidingsproces onder de 90 C. Afhankelijk van de vleessoort drink je hier het beste een houtgerijpte witte wijn of een lekkere volle wijn bij.

Grilleren

Verkrijgen van de juiste gaarheid met een krokante laag. Gegrild vlees behoeft een rijpe, kruidige volle krachtige rode wijn.

Naast de manier van bereiden zijn ook de sauzen van belang. Ook de toepassing van kruiden en specerijen hebben een wezelijk belang op de smaakcombinatie beleving.

Combineren van wijn en gerechten

Het goed samenbrengen van wijn en spijs is een kwestie van doen, durf en creativiteit. Het proberen te combineren is een belangrijk gegeven. Hierbij kun je een aantal tips in ogenschouw nemen:

  1. Zorg dat de kwaliteit hetzelfde niveau heeft. Mooie wijnen bij mooie gerechten
  2. Kijk naar de ingredienten van het gerecht. Niet alleen het hoofdingredient is van belang
  3. Combineer streekgerechten met streekwijnen. Altijd succes in de smaak
  4. Zoete gerechten en zoete wijn. Alleen zoet smaakt bij zoet
  5. Ongecompliceerde gerechten met fraaie, fijne wijnen. Levert mooie combinatie op.